Je stapt van de hometrainer af en checkt meteen je pols: 620 kilocalorieën verbrand. Fijn gevoel, tot je weet dat dat cijfer voor veel gebruikers gewoon niet klopt. Onderzoekers van Florida International University testten vier populaire smartwatches tegen de gouden standaard voor energieverbruik, en de uitkomst is ontnuchterend. De meeste apparaten schatten je calorieverbranding fors te hoog in, en de fout wordt groter naarmate je vetpercentage stijgt.
Wat de onderzoekers precies deden
Het team onder leiding van onderzoeker Jason Kostrna liet 58 proefpersonen fietsen op een ligfiets, afgewisseld tussen rustige en pittige intervallen. Tijdens het fietsen droegen de deelnemers een Apple Watch Series 8, een Garmin Forerunner 955, een Samsung Galaxy Watch5 en een Fitbit Sense 2, allemaal tegelijk. Om te weten wat er echt gebeurde in het lichaam, gebruikten de onderzoekers indirecte calorimetrie: een systeem dat via je ademhaling precies meet hoeveel zuurstof je verbruikt en dus hoeveel energie je daadwerkelijk verbrandt. Die methode geldt in de sportwetenschap als het meest betrouwbare meetinstrument dat er is, veel preciezer dan wat er in een horlogekastje past.
De studie verscheen in juli 2026 in PLOS One en wordt inmiddels breed opgepikt door medische vakmedia.
De cijfers per merk
De verschillen tussen de merken waren groot:
- Garmin overschatte de verbranding gemiddeld met ruim 68 kilocalorieën per sessie
- Samsung zat er gemiddeld bijna 57 kilocalorieën naast
- Apple kwam met ongeveer 22 kilocalorieën afwijking dichter bij de werkelijkheid
- Fitbit zat met net iets meer dan 3 kilocalorieën afwijking verrassend dicht in de buurt
Toch was de fout bij drie van de vier merken statistisch significant, wat betekent dat het geen toeval is maar een structureel probleem in hoe het algoritme rekent. Omgerekend naar percentages komt de foutmarge uit op ongeveer 15 tot 25 procent, met uitschieters naar boven bij de minst nauwkeurige apparaten. Denk je na een training dat je 500 kilocalorieën hebt verbrand, dan ligt de werkelijkheid mogelijk dichter bij de 400.
Waarom je vetpercentage de fout vergroot
Het meest opvallende resultaat is niet dat de horloges fout zitten, maar waarom. Uit de data blijkt een duidelijk verband tussen vetpercentage en meetfout: hoe hoger het vetpercentage van de drager, hoe groter de afwijking van het horloge, ongeacht het merk. De sensoren meten hartslag via licht dat door je huid schijnt, en die meting wordt minder betrouwbaar naarmate er meer weefsel tussen de sensor en je bloedvaten zit. Het algoritme dat daarna calorieën berekent, bouwt dus voort op een minder precieze basismeting.
Dat raakt precies de mannen die aan gewichtsverlies werken of net beginnen met trainen, en die vaak blind vertrouwen op die cijfers om te bepalen hoeveel ze mogen eten. Train je bijvoorbeeld met een kettlebell in plaats van een uur cardio, dan heeft je horloge sowieso al moeite met de onregelmatige bewegingen, laat staan dat het rekening houdt met jouw lichaamssamenstelling.
Wat je horloge dan wel goed doet
Het onderzoek betekent niet dat je smartwatch waardeloos is. Voor relatieve vergelijkingen, zoals of je deze week actiever was dan vorige week, blijft het apparaat prima bruikbaar: de trend klopt meestal ook als het absolute getal fout zit. Ook hartslagmeting tijdens rustige activiteiten is doorgaans betrouwbaarder dan tijdens intensieve intervallen, omdat plotselinge bewegingen de polssensor sneller in de war brengen. Wil je echt precieze hartslagdata, dan blijft een borstband met elektroden de nauwkeurigste optie, iets wat hardlopers en wielrenners in trainingsschema's al langer gebruiken naast hun horloge.
Andere factoren die de meting verstoren
Vetpercentage is niet de enige boosdoener. Een te losse band laat de sensor bewegen ten opzichte van je huid, waardoor het licht niet constant weerkaatst en het algoritme moet gokken. Koude handen tijdens een buitenrit vernauwen de bloedvaten net onder de huid, wat dezelfde soort ruis oplevert. Ook getatoeëerde huid rond de pols kan het licht van de sensor anders absorberen, iets waar fabrikanten al langer mee worstelen zonder een sluitende oplossing. Zelfs de plek waar je het horloge draagt, iets hoger op de pols dan gebruikelijk, maakt al verschil in hoe stabiel het signaal binnenkomt.
Bij krachttraining spelen weer andere problemen: onregelmatige bewegingen en het vasthouden van gewichten maken de polssensor minder betrouwbaar dan bij een gelijkmatige beweging zoals fietsen of hardlopen. Dat verklaart mede waarom sommige mannen na een zware sessie in de sportschool een torenhoog caloriecijfer zien dat niet in verhouding staat tot hoe ze zich voelen.
Dit is wat je morgen anders doet
Reken bij het interpreteren van je calorieverbranding voortaan een marge van 15 tot 25 procent in, zeker als je een hoger vetpercentage hebt. Een paar concrete aanpassingen die meteen verschil maken:
- Draag het horloge strak genoeg en iets hoger op de pols, weg van het polsbotje
- Vertrouw op de trend over weken, niet op het exacte cijfer na één training
- Gebruik bij intensieve intervaltraining of krachttraining een borstband als je echt precieze data wilt
- Bouw voedingsschema's op rond een realistisch calorietekort in plaats van rond het getal op je pols
Gebruik de cijfers als richtlijn voor consistentie in plaats van als exacte boekhouding: een vaste trainingsroutine, voldoende eiwitten en een realistisch calorietekort werken beter dan blind varen op het getal dat om acht uur 's avonds op je pols verschijnt. Wie liever beweegt zonder dat gedoe met precieze cijfers, kan ook prima toe met iets simpels als Japanese walking of een stevige wandeling met een rugzak om als rucking-training: bewegingsvormen waarbij het vooral gaat om consistentie, niet om het derde cijfer achter de komma op je pols.